Is een schrijver die AI gebruikt nog wel een echte schrijver? Die vraag hoor ik vaker dan me lief is, meestal met een ondertoon van wantrouwen. Het antwoord ligt in de geschiedenis van het schrijfvak. Die geschiedenis is duidelijk: elke nieuwe stap in het schrijfproces werd met argwaan bekeken, net zoals dat het geval is met innovaties in de techniek.
Toen schrijvers van kleitabletten overstapten op perkament en papier, en daarna naar de typemachine, de computer en tekstverwerkers, nam de vrees voor het verlies van het ambachtelijke schrijfwerk toe. Socrates waarschuwde zelfs dat schrijven het menselijke geheugen zou ondermijnen omdat je dingen niet meer uit je hoofd hoefde te kennen. Dat was ook zichtbaar aan het eind van de negentiende eeuw, toen critici beweerden dat de typemachine de ziel uit de literatuur zou halen, omdat de band tussen hand, pen en gedachte zou verdwijnen. (In deze argumentatie zit overigens wel de hedendaagse constatering van neurologen dat handgeschreven teksten langer in het geheugen blijven hangen dan getypte teksten.)…
Lees verder

Als ik op diverse sociale media en schrijversplatforms kijk om te zien welk taalmodel ze voor hun boek gebruiken, dan zijn de meningen verdeeld. Als ghostwriter en dagelijkse gebruiker van deze AI-toepassingen heb ik mijn voorkeur, maar het antwoord op de vraag welk model het beste is, hangt af van wat je schrijft.
Vorige maand kreeg ik een opdracht van een ondernemer wiens bedrijf in dertig jaar van servet naar tafellaken was gegroeid. Ter gelegenheid daarvan wilde hij een biografisch boek laten maken voor zijn medewerkers, klanten en leveranciers. Voordat ik met interviews begin en één zin schrijf, vind ik het leuk om eerst achtergrondinformatie te verzamelen over wie mijn opdrachtgever is, zijn achtergrond, hoe hij begon, in welke markt hij zo succesvol is geworden, wie zijn concurrenten zijn en wat er al over hem is geschreven. Deze informatie helpt bij het opstarten van het project en laat zien dat ik mijn ‘huiswerk’ heb gedaan.
Regelmatig krijg ik manuscripten onder ogen van mensen die voor het eerst met AI bezig zijn geweest om een artikel of boek te schrijven. Dat zie je al vaak bij een eerste opslag.
Ken jij het verschil tussen een feit en een overtuigend geformuleerde mening?
Vorige week zat ik met een klant de uitdraai van zijn manuscript te lezen. Met een wat moedeloze blik in zijn ogen zei hij: ‘Ik krijg het maar niet zoals ik het wil.’ Hij wilde een biografie schrijven over zijn vader, die schoenmaker in Hilversum was. ChatGPT, natuurlijk niet het beste systeem om teksten te produceren die natuurlijk klinken, had drie versies voor hem aangeleverd. Op zich waren die allemaal vlot en foutloos geschreven, maar om nu te zeggen dat het lekker weglas; nee. Het klonk te onpersoonlijk. De tekst mist de ziel van een mens.