Waarom de startende ondernemer en zzp’er er eigenlijk nog genadig van afkomt
Afgelopen zondag stond ik spruitjes te bakken, op zijn Spaans. Een scheut olijfolie, twee tenen knoflook, een handvol chorizo en een flinke snuf pimentón (gerookte paprikapoeder). De spruitjes had ik doormidden gesneden en met de vlakke kant in de hete pan gelegd. Ze lagen daarin te sissen alsof ze ergens tegen protesteerden.
Zo’n geluid brengt een mens op gedachten. Wat als spruitjes nu eens bewustzijn hadden? Wat zouden ze ervan vinden dat hun hele loopbaan in mijn koekenpan eindigt?
Als je een groot deel van de schrijverscarrière aan zakelijke non-fictie hebt besteed, ontkom je er niet aan dat zelfs spruitjes een inspiratiebron voor een artikel kunnen zijn. Ik heb deze gedachte losgelaten op het ondernemerschap, want ook beginnende ondernemers of zzp’ers weten bij de eerste zakelijke stap niet wat hen boven het hoofd hangt. Het resultaat lees je hieronder.
Je bent klein, groen en je zit stevig vast aan een stam met een heleboel broertjes en zusjes. Het leven als jonge spruit is overzichtelijk. Je hangt wat rond in een winderige omgeving en hoopt op een beetje nachtvorst omdat dat je suikerspiegel opkrikt. Maar, er komt een dag dat je volgroeid bent en de arbeidsmarkt op moet.
Een spruitje met een sprankje bewustzijn ontdekt op dat moment iets naars. De toekomstvisie voor zijn soort groente is op zijn zachtst gezegd somber.
Dat moment ken ik van de ondernemers die bij mij aan tafel schuiven. Ze zeggen hun vaste baan op en stappen een winderig veld in, precies zoals ons spruitje. De een droomt van een volle agenda en een laptop op een terras in Spanje. De ander hangt aan zijn stam en hoopt stiekem op een wokpan. Allebei kijken ze vooruit zonder de kleine lettertjes te lezen.
Voor de zzp’er valt er onderweg nog van alles bij te sturen. De loopbaan van een volwassen spruitje is vastgelegd voordat hij eraan begint….
Lees verder

Vandaag kreeg ik via whatsapp een berichtje van een van mijn klanten. Hij had me gevraagd om een speech voor hem te schrijven voor zijn afscheid van de zaak waar hij bijna 35 jaar had gewerkt. Hij had tijd genoeg om het zelf te doen, maar zijn dyslexie zat daarbij in de weg. Hij stuurde me bij het bericht een link naar de video waar ik die kon bekijken. Toen ik die bekeek, wist ik precies welke zin eraan kwam, want die had ik twee weken eerder geschreven. Het applaus na de speech was niet voor mij bedoeld, maar ik trof het wel aan op mijn bankrekening, Dat is het lot van een ghostwriter. Mijn woorden, iemand anders’ naam.
In de radiostudio heb ik geleerd hoe rekbaar tijd is. Drie tellen stilte tijdens een uitzending voelen als een halve eeuw. Een gesprek van zeven minuten is voorbij voordat je goed en wel zit. Dezelfde klok aan de muur geeft een heel ander gevoel.
Als ghostwriter schrijf ik al dertig jaar zakelijke non-fictieboeken voor ondernemers. Wat me daarbij steeds weer opvalt, is dat bijna geen enkel manuscript dat ik onder ogen krijg vragen bevat die ondernemers aan zichzelf stellen. Er wordt verteld en beargumenteerd, maar zelden hardop getwijfeld.