Een aantal jaren heb ik als interimmanager overnames begeleid. Namens mijn opdrachtgever zocht ik de markt af naar geschikte overnamepartners. Soms benaderde ik ze; vaker nog benaderden zij mij. Daarna volgde het hele traject. De gesprekken, de cijfers, het onderhandelen, het geduld dat je nodig hebt als een deal drie keer bijna klapt. Ik voerde die gesprekken en zat aan tafel tot de handtekening was gezet.
Wat me is bijgebleven, gebeurde pas daarna.
Wat er gebeurt als de adviseurs zijn vertrokken
Met de verkopende partijen hield ik na de overdracht meestal nog even contact. Dat begon zakelijk en werd bijna altijd iets anders. Een bedrijf verkopen staat op papier gelijk aan een transactie. In het hoofd van de verkoper is het nooit zo. Er zit veertig jaar aan emotie aan vast, en die emotie komt pas boven als de tassen zijn gepakt en het kantoor leeg is. Dan begon het vertellen. Over het jaar dat het bijna misging, dat een klant hem redde of over de medewerker die hij moest laten gaan en die hij nog steeds in de supermarkt tegenkomt. Verhalen over mooie, trieste en spannende momenten, maar ook over situaties waarin de ergernis afdruipt.
Ik heb er in de loop der jaren heel wat gehoord. Wat me elke keer opnieuw stak, was dat ik de enige toehoorder was. Die verhalen gingen daarna verloren. De opvolger hoorde ze niet; de kleinkinderen al helemaal niet. Achteraf zei bijna iedereen hetzelfde. ‘Ik had het eigenlijk moeten opschrijven.’
Ook in mijn eigen familie
Het gekke is dat ik dit dichter bij huis had kunnen zien. Mijn vader was ruim vijftig jaar aan hetzelfde bedrijf verbonden. Hij begon er als loopjongen en klom op tot commercieel directeur. Na zijn pensioen bleef hij nog jaren als adviseur betrokken. Thuis vertelde hij weleens iets. Zo hoorde ik dat hij het bedrijf tijdens de oorlog een tijdje in zijn eentje draaiende moest houden omdat de joodse eigenaren tijdig uit Nederland wisten te vluchten. Ook dat hij voor de Duitsers moest vluchten omdat het verhaal ging dat hij hen vergiftigde erwtensoep zou hebben verkocht. Het boek hierover is er nooit gekomen en dat wringt bij mij nog steeds een beetje….
Lees verder

Er is een vraag die de meeste ondernemers en zzp’ers zich niet vaak of nog nooit hebben gesteld:
Dit is het laatste artikel in de serie. De eerste vier gingen vooral over hoe je AI beter laat schrijven. Dit artikel draait om hoe jijzelf een betere schrijver wordt, met AI als sparringpartner in plaats van als invaller.
Is een schrijver die AI gebruikt nog wel een echte schrijver? Die vraag hoor ik vaker dan me lief is, meestal met een ondertoon van wantrouwen. Het antwoord ligt in de geschiedenis van het schrijfvak. Die geschiedenis is duidelijk: elke nieuwe stap in het schrijfproces werd met argwaan bekeken, net zoals dat het geval is met innovaties in de techniek.
Als ik op diverse sociale media en schrijversplatforms kijk om te zien welk taalmodel ze voor hun boek gebruiken, dan zijn de meningen verdeeld. Als ghostwriter en dagelijkse gebruiker van deze AI-toepassingen heb ik mijn voorkeur, maar het antwoord op de vraag welk model het beste is, hangt af van wat je schrijft.
Vorige maand kreeg ik een opdracht van een ondernemer wiens bedrijf in dertig jaar van servet naar tafellaken was gegroeid. Ter gelegenheid daarvan wilde hij een biografisch boek laten maken voor zijn medewerkers, klanten en leveranciers. Voordat ik met interviews begin en één zin schrijf, vind ik het leuk om eerst achtergrondinformatie te verzamelen over wie mijn opdrachtgever is, zijn achtergrond, hoe hij begon, in welke markt hij zo succesvol is geworden, wie zijn concurrenten zijn en wat er al over hem is geschreven. Deze informatie helpt bij het opstarten van het project en laat zien dat ik mijn ‘huiswerk’ heb gedaan.