Misschien weet je het nog niet, maar sinds 2 augustus krijgen je met AI-gegenereerde teksten een voor jou onzichtbaar watermerk; met juridische gevolgen! Artikel 50 van de EU AI Act is nu van kracht en de gevolgen daarvan gaan verder dan de meeste schrijvers zich realiseren. Of je chatbots als Claude, Gemini, ChatGPT, Perplexity en anderen gebruikt voor een simpele spellingcontrole, het schrijven van een artikel voor LinkedIn, je website of FrankWatching, kan al genoeg zijn om ervoor te zorgen dat je tekst een onzichtbaar AI-watermerk krijgt. Niet omdat jij de genoemde zaken door AI liet schrijven, maar omdat de wet elk gebruik meetelt.
Voor mij als ghostwriter, voor journalisten, wetenschappers en beleidsmakers is dit geen onbelangrijke juridische voetnoot. Het raakt aan de kern van wat auteurschap is. Jouw manuscript, waaraan je al een hele tijd hebt gewerkt, kan straks een digitale vingerafdruk krijgen, alleen al omdat je Claude hebt gevraagd om je spelling en grammatica na te kijken.
Laat ik daarom uitleggen wat er precies speelt, om te voorkomen dat je onbewust in de problemen komt bij degenen die jouw teksten onder ogen krijgen. Uitgevers, reacties en anderen die jouw teksten beoordelen, in het bijzonder.
Wat artikel 50 precies regelt
Het genoemde artikel van de wet verplicht aanbieders van AI-systemen om gegenereerde teksten, beelden, audio of video’s te markeren. De inhoud moet herkenbaar zijn als kunstmatig gegenereerd of bewerkt. Het doel van de wetgever is simpel: lezers en systemen moeten weten wanneer ze te maken hebben met AI-content, in plaats van puur menselijk werk. Voor nieuwe AI-modellen die op of na 2 augustus 2026 in de Europese Unie worden gelanceerd, geldt deze verplichting vanaf de eerste dag. Hieruit mag je concluderen dat teksten, beelden etc. die vóór 2 augustus met AI werden geproduceerd, niet achteraf een watermerk krijgen.
Het bijzondere van deze wet is de reikwijdte. Hoewel het een EU-verordening is, worden watermerken wereldwijd toegepast zodra de output binnen de Europese Unie wordt gebruikt of gepubliceerd. Ook Amerikaanse techbedrijven zoals Anthropic (Claude) en OpenAI (ChatGPT) moeten zich aan de regels houden. Ook Google, Meta, Microsoft, Mistral hebben ondertussen een gedragscode ondertekend om aan de transparantie-eisen te voldoen. Als de gedragscode niet wordt nageleefd, kunnen ze flinke boetes krijgen; tot wel vijftien miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet.
Er bestaat een uitzondering waardoor het volgens de wet niet nodig is om een watermerk toe te voegen. Dit is dus belangrijk voor iedereen die teksten produceert. We praten dan over AI-ondersteunde bewerkingen, zoals een spellingcontrole. De voorwaarde is dat de betekenis van de tekst niet wezenlijk verandert. Je zou denken dat dit geruststellend klinkt, maar laat ik je niet blij maken met een dode mus. Niet elk AI-bedrijf past deze uitzondering in de praktijk toe. Claude van Anthropic, waarmee ik veel werk, koos er bewust voor om de uitzondering niet toe te passen. Elke tekst die Claude passeert, krijgt het watermerk; dus ook jouw simpele correctie, vertaling of de samenvatting van je eigen aantekeningen.
De gevolgen voor jouw manuscript, artikel of rapport
Dus, stuur je je zelfgeschreven werkstuk naar Claude voor een laatste grammaticacontrole, ook al heb je die tekst al vóór het AI-tijdperk geschreven, dan komt de output terug met een onzichtbaar oormerk. Wat als je een hoofdstuk uit je boek laat vertalen? Bingo, ook deze krijgt dus het watermerk, net als de samenvatting van je handgeschreven vergaderverslag. Zelfs het verbeteren van een paar zwakke zinnen kan al genoeg zijn.
Dat watermerk is geen probleem zolang niemand het verkeerd interpreteert. Het probleem ontstaat bij de zogenoemde poortwachters, zoals docenten, uitgevers, redacties, subsidieverstrekkers en werkgevers, die met de toekomstige detectietool gaan werken. Een watermerk bewijst namelijk alleen dat een tekst contact heeft gehad met de AI. Het bewijst niet dat de AI de tekst heeft bedacht. Toch bestaat het reële risico dat een positieve scan wordt gelezen als een schuldige verklaring voor plagiaat of fraude, terwijl de auteur de tool alleen gebruikte voor een ondersteunende taak. (Detectiesoftware om plagiaat op te sporen is er voldoende, maar bedenk wel dat geen enkele van die software een 100% correcte uitslag geeft!)
Voor studenten kan dit leiden tot onterechte beschuldigingen bij een scriptie of werkstuk. Voor auteurs kan een literaire wedstrijd of uitgeverij met een streng “geen AI”-beleid betekenen dat ze je manuscript afwijzen. Ook al schreef je zelf ieder woord en gebruikte je AI alleen voor de controle van de interpunctie. Ik verwacht dat wetenschappers en onderzoekers tegen dezelfde problematiek aanlopen bij tijdschriften die AI-gebruik als een integriteitsschending behandelen. Journalisten die hun artikel laten polijsten voordat het naar de eindredactie gaat, lopen hetzelfde risico. Een watermerk kan vragen oproepen die niets te maken hebben met de werkelijke bron van de tekst.
Een wassen neus?
Dat brengt me bij een ongemakkelijke conclusie. Op papier is artikel 50 een stevige wet, met flinke boetes, maar in de praktijk lijkt de toepassing op dit moment op een wassen neus. Er is nog geen detectiemiddel, dus niemand kan een watermerk daadwerkelijk aantonen. Het zichtbare EU-logo voor AI-gegenereerde tekst geldt alleen voor gebruiksverantwoordelijken die publiceren over kwesties van algemeen belang zonder menselijke redactionele controle.
Misschien klinkt dit wat technisch, maar omdat de meeste gebruikers van AI-berichten teksten aanpassen en daarop eindredactie plegen, hoeven ze zich niet bang te maken voor de genoemde financiële sancties. ‘Gebruiksverantwoordelijke’ is de officiële term voor wie AI professioneel of commercieel inzet, in het kader van een beroep of bedrijf. Gebruik je AI puur privé, bijvoorbeeld voor een Sinterklaasgedicht, dan val je hier volledig buiten.
Als ghostwriter, auteur of journalist ben je in de praktijk wel gebruiksverantwoordelijke zodra je AI zakelijk inzet. Doe je, zoals de meeste auteurs en ghostwriters, zelf de eindredactie van je manuscript of artikel? Dan hoef je op dit moment nog geen EU-logo voor AI-gegenereerde content te plaatsen bij elk artikel of manuscript. De wet oogt streng, maar het gebit wacht nog rustig in een glas voordat er actief mee gebeten kan worden.
Gek genoeg bestaat er ook nog geen openbaar detectiemiddel om watermerken op te sporen! Anthropic is er wel mee bezig, met een bijbehorende API, maar tot die tijd kan alleen het bedrijf zelf het watermerk lezen. Dat betekent dat de discussie voorlopig nog grotendeels theoretisch is, maar niet minder urgent. Zodra een detectiemiddel beschikbaar komt, ontstaat er in één klap een nieuw beoordelingscriterium. Voor elk stuk tekst dat ooit door Claude is gegaan.
Hoe het watermerk in de tekst verankerd zit
Het watermerk van Claude werkt anders dan oudere trucs met onzichtbare tekens of losse metadata. Het zit verweven in de woordkeuze zelf, via een methode die ‘statistische watermerking’ heet. In simpele woorden: het watermerk zit niet in vaste “goede” of “foute” woorden, maar in de manier waarop Claude kiest tussen woorden die toch al even goed passen.
Denk aan een zin waarin ‘snel’, ‘vlug’ of ‘rap’ alle drie prima zouden werken. Normaal gooit het model daar eigenlijk een soort willekeurige dobbelsteen voor. Anthropic vervangt die dobbelsteen door een geheime formule, gebaseerd op een sleutel die alleen zij kennen. Die formule bepaalt welk woord er valt, maar wel zo dat het voor jou volkomen natuurlijk en willekeurig aanvoelt.
Bij één zin merk je daar niets van. Maar doe je dat honderden keren achter elkaar, dan ontstaat er een herkenbaar patroon in die keuzes, net als een handtekening. Iemand met de sleutel herkent dat, maar jij niet. Het belangrijkste voordeel van de gekozen methode is dat er nooit een slechter of vreemder woord wordt gekozen om het watermerk te laten werken. Alleen tussen woorden die al net zo goed waren, wordt iets consequenter gekozen.
Ik moest denken aan mijn wandeltocht van 800 kilometer langs de Camino de Santiago. Op de eerste dag zie je van elke wandelaar alleen een rugzak en een paar stevige schoenen. Na driehonderd kilometer herken je iemands manier van lopen al van ver. Aan de manier van lopen, hoe het lichaam beweegt. Zo werkt een statistisch watermerk ook. Eén woord zegt niets; een lange tekst verraadt zichzelf.
Voor mij als ghostwriter verandert er weinig aan mijn dagelijkse manier van werken. Het is zoals met elke verandering die je doorvoert. Pas na bewustwording pas je je acties aan, zoals iemand die zich bewust wordt dat roken niet goed is en met de slechte gewoonte stopt.
Als ik voor een klant een interviewtranscript laat samenvatten of een alinea laat vertalen, draagt die tekst voortaan een spoor van Claude met zich mee. Dat spoor bewijst geen auteurschap. Het bewijst alleen contact met het gereedschap, zoals Anthropic zelf ook benadrukt. Een boek dat ik voor een klant schrijf, blijft het verhaal van die klant. Ook als ik onderweg AI gebruik om een alinea te polijsten.
Toch is het verstandig om als schrijver alert te blijven. Vraag bij een uitgever, tijdschrift of opdrachtgever na hoe zij met AI-gebruik omgaan, voordat je een manuscript, artikel of rapport inlevert. Niet omdat de wet dat letterlijk van jou als auteur vraagt, maar omdat onbekendheid met deze regels je onnodig kwetsbaar maakt. Je bent dus gewaarschuwd, maar er is geen reden tot paniek.
Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, zal ik je op de hoogte stellen. Ondertussen wens ik je veel schrijfplezier. Wie (goed)schrijft, blijft!
