Nederland als ongewild paradijs
Het regent. De trein heeft vertraging. De boodschappen zijn weer duurder geworden. De wachttijd bij de huisarts loopt op tot drie weken. De zomer was te kort. De winter te lang. De overheid doet het fout, de gemeente ook, en de buurman gooit zijn gft-afval al weken in de verkeerde bak.
Dit is de bekende Nederlandse klaagzang en hoe Nederlanders over Nederland praten.
Ondertussen publiceert de VN in zijn jaarlijkse World Happiness Report al jaren achter elkaar dat Nederland tot de gelukkigste landen ter wereld gerekend kan worden. In 2025 stonden we op de 5e plek, in een top tien die verder wordt bevolkt door Finland, Denemarken en IJsland. De Amerikanen, altijd goed voor een luid ‘We’re the greatest country of the world’ moesten het doen met de 23ste plaats. Maar ja, wat weet de VN nu helemaal van de fileproblemen op de A20? Zal wel nepnieuws zijn….
Lees verder

Je hebt een boek in je hoofd en misschien loop je al een paar jaar met het idee rond. Je weet wat je wilt zeggen, je weet voor wie je het schrijft, maar zodra je achter je scherm zit, gebeurt er weinig. Veel mensen beginnen, lopen vast, beginnen opnieuw en gooien het dan weer weg omdat het niet klinkt zoals ze willen.
Het is weer Boekenweek van 11 tot en met 22 maart. Dan staat heel Nederland in het teken van het geschreven woord, dit jaar onder het thema ‘Mijn generatie’. En terwijl we massaal naar de boekhandel trekken voor het Boekenweekgeschenk, valt er iets op in de schappen. Waar je vroeger struikelde over stapels zakelijke managementbijbels, liggen die nu in behoorlijk mindere mate naast kleurrijke romans en fantasierijke kinderboeken.
Wie een vergaderruimte binnenstapt, realiseert zich waarschijnlijk niet dat hij of zij met zijn of haar taalgebruik onbewust een geschiedenisboek binnenstapt. Onze zakelijke taal zit vol met echo’s uit het grijze verleden, van Romeinse legerkampen tot stoffige handelsregisters. Neem het woord salaris. Wie realiseert zich dat we in essentie nog steeds over ‘zoutgeld’ (salarium) praten? Het woord is een herinnering aan de tijd dat zout een betaalmiddel was dat letterlijk leven en dood betekende.
Nederlandse politici zijn dol op de ‘hardwerkende Nederlander’. Die term duikt op in elk verkiezingsprogramma, elk Tweede Kamerdebat en elke toespraak waarbij iemand een stropdas draagt én toch ‘gewoon’ wil overkomen. Maar als er hardwerkende Nederlanders zijn, wat zegt dat dan over de rest? Ik heb dat eens voor je uitgezocht en dit is het resultaat:
Veel ondernemers schrijven met de handrem erop. Ze willen niemand voor het hoofd stoten, niemand kwijtraken en iedereen tevreden houden. Het resultaat is een tekst die zo veilig is dat hij binnen tien seconden wordt vergeten. Op LinkedIn is gemiddeld zijn de grootste zonde die je kunt begaan. Onbewust geef je je over aan een van de wetten van Murphy; je doet je stinkende best om het iedereen naar de zin te maken, maar er is er altijd een die dat nou juist niet leuk vindt. Alsof de mening van één belangrijk is.