Het is een mythe dat broodschrijvers altijd foutloze manuscripten afleveren; integendeel. Zelfs als ze beroepsmatig ‘rotzooien’ met woorden, om Karel Appel te parafraseren: er sluipen altijd wel type-, spelling- en grammaticafouten in hun werk. Dit zijn foutjes die ze, ook bij het nalopen van hun werk, over het hoofd zien. Het komt zelfs voor dat schrijvers, bij het herhaaldelijk nalopen van hetzelfde werk, over dezelfde fouten, typfouten of onafgemaakte woorden heen lezen. Dit overkomt mij regelmatig.
De meeste schrijvers zijn geen neerlandici, maar storytellers; zij zijn mensen die hun gedachten toevertrouwen aan geschreven tekst. Intelligentie speelt niet altijd een rol, zoals blijkt uit de epistels die studenten produceren. Een studie uit 2016 liet zien dat studenten gemiddeld 40 fouten per A4 maken, en het is onwaarschijnlijk dat dit drastisch verbeterd is.


Als jochie van 12 wist ik al dat ik schrijver wilde worden. Liefst een beroemde, maar ik had geen idee hoe ik dat moest realiseren. Het duurde tot mijn veertigste voordat mijn eerste boek van de persen rolde en dat was een bijzonder moment. Het boekje (over telefonische communicatie) sloeg goed aan; uiteraard ook door de aandacht van de media. Het succes smaakte naar meer en schreef ik er in hoog tempo nog eens negen achteraan totdat mijn uitgever een ‘publishers block’ kreeg en stopte met het fonds van het genre boeken dat ik schreef….