Je wilt al langer een boek schrijven. Je weet alleen niet goed waar je moet beginnen of hoe je het volhoudt. Met deze tien tips kom je stap voor stap dichter bij je eigen manuscript.
1. Bepaal het thema
Je boek wordt vaak beter als je dicht bij je eigen leven en interesses blijft. Denk na over de vraag waar jouw boek in de kern over gaat. Formuleer op basis daarvan een werktitel die het onderwerp goed weerspiegelt. Die werktitel mag later veranderen. Hij helpt je nu om het verhaal scherp te houden tijdens het schrijven.
2. Houd thema en werktitel bij jezelf
Vertel maar aan weinig mensen waar je boek over gaat en welke werktitel je gebruikt. Hoe meer mensen je idee kennen, hoe groter de kans dat iemand er zelf mee aan de slag gaat. Kies een kleine kring van mensen die je vertrouwt en deel het vooral met hen.
3. Bepaal de inhoud
Je thema staat. Nu breng je de lijn van je verhaal in beeld. Beschrijf eerst het begin, het midden en het einde van je boek. Schrijf daarna per hoofdstuk kort op wat je in dat deel wilt vertellen. De hoofdstuktitels zijn in deze fase vooral bedoeld voor jou. Later kun je ze weglaten of aanpassen als dat beter bij het boek past.
4. Werk met vaste schrijftijd
Een boek schrijf je niet in een paar dagen en meestal ook niet in volle werkweken. Daarom heb je baat bij een vaste schrijftijd. Kies bijvoorbeeld een uur per dag of enkele blokken per week en reserveer die tijd uitsluitend voor het schrijven. Bedenk ook welk tempo je haalbaar vindt, bijvoorbeeld 1 pagina per dag. Je hoeft niet veel woorden te maken, als je maar regelmatig schrijft.
5. Kies een plek waar je kunt werken
Schrijven gaat vaak beter als je een vaste plek hebt. Dat kan een werkkamer zijn, een hoek aan de eettafel, een bureau in een bibliotheek of een stoel in een café. De plek zelf is minder belangrijk dan de rust die je er hebt. Belangrijk is dat jij daar ongestoord kunt werken en niet steeds wordt afgeleid.
6. Laat de inhoud de omvang bepalen
Laat je niet te veel leiden door wat anderen vinden van de lengte van een boek. Schrijf zoveel als nodig is om je verhaal helder en compleet te maken. Als richtlijn kun je denken aan ongeveer tienduizend woorden voor een whitepaper en veertig tot zestigduizend woorden voor een zakelijk non‑fictieboek. Een roman of biografie is vaak langer, maar uiteindelijk bepaalt jouw verhaal hoeveel ruimte het vraagt.
7. Denk aan je lezers
Je schrijft een boek om gelezen te worden, liefst door meer mensen dan alleen je naasten. Bedenk daarom voor wie je schrijft en wat deze lezer uit jouw boek wil halen. Schrijf één hoofdstuk. Kies een paar mensen die je vertrouwt en vraag om eerlijke terugkoppeling. Zij kunnen je vertellen waar het prettig leest en waar ze afhaken. Met die reacties kun je je boek verbeteren voordat je alles uitschrijft.
8. Werk met tijd en terugblikken
Veel boeken volgen de tijd: eerst het begin, dan het midden, dan het einde. Dat is logisch bij zakelijke non‑fictie. In romans en biografieën kun je spelen met terugblikken om spanning op te bouwen. Je kunt eerst alles in volgorde schrijven en later, bij het herschrijven, scènes of hoofdstukken verschuiven. Zo kun je zien welke volgorde het beste bij jouw verhaal past.
9. Schrijf door zonder steeds te stoppen
Als je eenmaal op gang bent, kom je in een schrijfritme. Onderbreek dat niet na iedere zin of alinea. Schrijf door totdat een hoofdstuk of scène af is. De tekst hoeft in deze fase niet netjes of volledig correct geformuleerd te zijn. Je ordent en verbetert later. Eerst moet er tekst liggen waar je mee kunt werken.
10. Herschrijf en laat meekijken
Als het eerste manuscript er ligt, lees je het rustig van begin tot eind door. Schrap woorden die niets toevoegen, maak lange zinnen korter en zorg dat leestekens het lezen ondersteunen. Daarna is het verstandig om iemand anders mee te laten lezen. Kies een redacteur of een ervaren lezer en vraag die persoon om het hele manuscript zorgvuldig na te lopen. Jij beslist wat je van de opmerkingen overneemt, want het blijft jouw verhaal en jouw taal.
