Vandaag ging Hyves weer open, precies 22 jaar na de oprichting. Krabbels, glitterplaatjes, gifjes en de dansende banaan. Wie ouder is dan dertig voelt meteen weer die zomer van 2008 terugkomen.
Ik gun het ze van harte, maar ik heb mijn twijfels of het niet weer op een mislukking uitdraait.
In 2010 kocht de Telegraaf Media Groep Hyves voor 43,7 miljoen euro. Drie jaar later was het over en uit. Nu haalt Mediahuis, waar De Telegraaf onder valt, het merk weer uit de kast. Dezelfde familie, alleen een ander adres. De vraag die bij mij blijft hangen is simpel. Weten ze nog waarom het de vorige keer misging?
Wat er de vorige keer misging
Hyves kwam ruim zeven maanden na Facebook op het internet. In 2010 waren er bijna tien miljoen accounts actief. Bijna heel Nederland. Ook ik had een account. Dat het toch misging, kwam niet door domme pech.
Om te beginnen kwamen de eerste smartphones op de markt waarmee je apps kon downloaden. In 2008 zorgde Apple met de iPhone 3G voor een explosieve groei. Toen iedereen ineens zo’n ding in zijn broekzak had, bleef Hyves een site voor je laptop en computer. Ze hadden wel een app, maar die bleef lange tijd te traag. De app miste allerlei mogelijkheden ten opzichte van de desktop-site en werkte niet vlot bij de toenmalige slechte mobiele verbindingen. Facebook kreeg daarmee een voorsprong die ze niet meer uit handen gaf.
Dan de manier waarop Hyves was ingericht. Je mocht je profiel zo bont maken als je zelf wilde. Het resultaat leek op een snoepwinkel waar je van alles zag, maar waar het overzicht compleet ontbrak. Facebook koos voor een rustige pagina waarin de inhoud het werk deed.
De derde fout was dat Hyves Nederlands was en bleef. Ging je studeren in Barcelona of onderhield je op een andere manier internationale contacten, dan kon je die op Facebook vinden; niet op Hyves.
Geld maakt veel kapot, en dat gebeurde ook bij Hyves. Na de overname lag de nadruk al snel op advertenties en banners, en dat zat de gebruikers niet lekker. Je kreeg het gevoel dat er aan je werd verdiend zonder dat je er iets voor terugkreeg. Tegenwoordig is dat geen probleem meer. De tijden zijn veranderd en de verkoop van data levert nog meer op.
Bij 10.000 aanmeldingen ging de deur dicht
Met veel bombarie meldde WNL, de nieuwszender van de VVD en de Telegraaf, dat er op de eerste dag maximaal tienduizend mensen zich mogen aanmelden. Daarna wordt aangegeven dat er vijftigduizend per dag bij kunnen totdat het platform helemaal opengaat. Mediahuis noemt dat voorzichtigheid. Daar valt iets voor te zeggen, maar tegelijkertijd zie ik vooral een rem op het enige moment dat je nooit terugkrijgt; een vliegende start zoals dat bij Facebook en andere sociale media het geval was.
In mijn radiojaren leerde ik dat een luisteraar die je zender niet kon vinden, gewoon een ander kanaal opzoekt. Hij komt niet drie dagen later nog eens kijken of het al beter gaat. Aandacht is als spruitjes die te lang blijven liggen; het is bederfelijke waar!
Vandaag staat Hyves in elke krant en zal ongetwijfeld hét onderwerp van gesprek zijn bij elke koffieautomaat. Over twee weken is het een oud bericht. Wie nu voor een dichte deur staat, komt meestal niet terug. Je smeedt het ijzer als het heet is, niet als het is afgekoeld.
Het pijnlijke is dat dit precies dezelfde oude kwaal is. Ook in 2005 kon Hyves de toeloop technisch gezien niet aan. De oprichters kozen er toen voor om al het geld in de Nederlandse site te stoppen in plaats van te investeren in groei over de grens. De techniek bepaalde het tempo, niet de ambitie. Geschiedenis herhaalt zich niet letterlijk, maar de kopietjes lijken verdacht veel op elkaar.
Waarom niet internationaal?
In de beginjaren was Hyves in zes talen vertaald. Die plannen gingen in de ijskast, want de servers piepten en kraakten. Bovendien lag er geen grote hoeveelheid durfkapitaal klaar. Achteraf bleek toen al dat we de voorsprong op de Amerikanen aan het kwijtraken waren. Mijns inziens was dit de duurste fout in de Nederlandse internetgeschiedenis.
Vandaag liggen de kaarten anders. Mediahuis is een Belgisch bedrijf met kranten in Nederland, België, Ierland, Luxemburg en Duitsland. De gegevens worden binnen Europa opgeslagen bij een Franse aanbieder. Half Europa, zo niet meer, zit op Amerikaanse platforms, en het zou mooi zijn als we eindelijk iets van eigen Europese bodem zouden krijgen als alternatief voor de Amerikaanse en Chinese dominantie.
Alle ingrediënten voor een mislukking en een succes liggen op tafel, maar toch krijgen we voorlopig weer een Nederlands netwerk met Nederlandse krabbels. Wat let ze om in Antwerpen, Dublin, Luxemburg en Aken dezelfde knop in te drukken? Er wordt, Joost mag weten, al een tijd gepraat over een Europees antwoord op Facebook en ik zie niet hoe Hyves, met de huidige opzet, daarin verandering kan brengen.
Ik hoop van harte dat ik ongelijk krijg en dat Hyves.nl minimaal Hyves.eu of Hyves.com wordt. Na ruim dertig jaar schrijven voor anderen weet ik hoe verhalen werken. Een verhaal dat niet wordt doorverteld, sterft een stille dood, hoe mooi het ook is. Hyves heeft een prachtig verhaal en een naam die iedereen nog kent. Nu moeten de daden nog volgen.

