Je hebt al jaren ervaring in je vak en je krijgt regelmatig de suggestie: ‘Schrijf daar eens een boek over’. Je bromt wat instemmends, knikt beleefd, maar denkt ondertussen: ‘Ja, dag, wanneer moet ik dat dan doen?’
Herkenbaar?
Het grote geheim is dat je niet de enige bent. Sterker nog, ik durf met een zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te wedden dat er op dit moment enkele duizenden mensen zijn die precies hetzelfde denken. Ze hebben de kennis, de ervaring, maar geen flauw idee hoe en waar ze moeten beginnen.
Laat ik je gelijk maar uit de droom helpen: er bestaat geen perfecte startdatum voor het schrijven van een boek. Net zomin als er een perfecte leeftijd bestaat om te beginnen met hardlopen, saxofoon te leren spelen of een nieuwe taal te leren. Het moment dat je begint, is het moment dat je er klaar voor bent.
Maar goed, je leest dit waarschijnlijk niet voor filosofische beschouwing maar om een paar handzame tips te ontdekken waarmee je uit de voeten kunt. Dus, laten we daar maar gewoon mee aan de slag gaan.
De hamvraag: waarom wil je eigenlijk een boek schrijven?
Voordat je ook maar één woord op papier zet, moet je jezelf de vraag stellen: waarom wil je dit boek schrijven?
Is het omdat:
– Je naam wilt vestigen als expert in jouw vakgebied?
– Je klanten een handig naslagwerk wilt geven?
– Je verhaal je kan helpen nieuwe opdrachten binnen te halen?
– Je iets belangrijks hebt meegemaakt dat anderen kan helpen?
– Je gewoon je kennis wilt delen met de wereld?
Er is geen goed of fout antwoord. Wel is het antwoord op deze vraag bepalend voor de rest van het schrijfproces. Je zakelijke doelstelling bepaalt namelijk de toon, de opzet en zelfs het formaat van je boek.
Laat ik mijzelf als voorbeeld noemen. Toen ik besloot mijn ervaringen op de Camino de Santiago op te schrijven, had ik geen commerciële bedoelingen. Ik had een hekel aan lopen, ging toch 800 kilometer stappen en wilde delen wat ik daar geleerd had. Zo simpel was het. Geen grootse marketingstrategie, geen plan om er rijk van te worden. Gewoon nieuwsgierigheid naar wat dat met mij zou doen en de hele wandeling opnieuw beleven.
Bij een zakelijk boek ligt dat vaak anders. Dan wil je laten zien dat je verstand van zaken hebt en dat lezers bij jou aan het goede adres zijn om daar wat vanop te steken.
Prima doelen, allemaal. Zolang je maar weet wát je wilt bereiken.
Het grote misverstand over schrijven
‘Ik kan niet schrijven.’
Als ik een euro kreeg voor elke keer dat ik deze zin hoor, had ik ondertussen een mooi huis in Andalusië kunnen kopen. Het is ook meteen de grootste onzin die ik regelmatig voorbij hoor komen.
Ik heb een simpel motto: ‘Als je kunt praten, kan je ook schrijven.’ Je realiseert je het niet altijd, maar je schrijft al elke dag. E-mails, Whatsapp-berichten, notities, berichten voor je sociale media, offertes en Joost mag weten wat nog meer. Alleen denk je dat een boek schrijven iets heel anders is en dat je daarvoor een speciale gave nodig hebt.
I
k kan nog een hele reeks andere excuses opnoemen, waaronder ‘ik heb last van dyslexie’, maar ook daarvoor zijn oplossingen te vinden om die te omzeilen.
Een zakelijk non-fictieboek of een autobiografie schrijven lijkt meer op een gesprek met een klant of een vriend dan op het schrijven van een literair meesterwerk. Je deelt gewoon wat je weet; verhalen die mensen aanspreken en waarvan ze iets leren.
Het enige verschil? Bij een boek heb je meer tijd om je gedachten te ordenen. Je kunt zinnen nog eens overlezen, schrappen of herschrijven. Je kunt een hoofdstuk weggooien en opnieuw beginnen. Dat zie ik je nog niet doen in een gesprek met een potentiële klant.
Stap 1: Gooi ambities om een perfect boek te schrijven overboord
De grootste vijand van ieder boek is perfectionisme. Mensen willen direct het perfecte eerste hoofdstuk schrijven. Ze zitten een uur naar een wit scherm te staren omdat die eerste zin nog niet goed genoeg is. Ze herschrijven dezelfde paragraaf tien keer omdat het nog niet lekker loopt. Niet doen!
Je eerste versie hoeft helemaal niet goed te zijn. Sterker nog, je eerste versie gaat sowieso niet goed zijn en dat maakt niets uit. Er zijn maar een paar mensen die een boek of symfonie niet in één keer schrijven; nou ja misschien Mozart uitgezonderd. Je schrijft eerst een ruwe versie. Daarna een iets betere versie, nog een en nog een. Uiteindelijk heb je iets dat je met trots kunt presenteren.
Dus schrap die verwachting dat je in één keer iets briljants moet produceren. Accepteer dat je eerste poging gewoon bagger mag zijn. Zodra je die druk van jezelf afhaalt, komt het schrijven vanzelf op gang.
Stap 2: Begin met praten, niet met schrijven
Een van de beste manieren om met je boek te beginnen is niet door achter je computer te gaan zitten maar gewoon te beginnen met praten. Pak je voice recorder of open de app in je mobieltje en vertel je verhaal alsof je het aan een goede vriend vertelt; of aan een klant die jouw advies nodig heeft.
Ik doe dit zelf ook. Als ik vastloop in een hoofdstuk, zeg ik wat er in mij opkomt zonder dat ik nadenk over grammatica, punten, komma’s en stijl.
Het mooie? Als je die opname uitschrijft, heb je meteen iets wat je kunt opschonen en structureren want de essentie staat er. Het scheelt veel tijd en frustraties.
Stap 3: Bepaal wat je NIET gaat schrijven
Dit klinkt misschien gek, maar het is net zo belangrijk om te bepalen wat je niet gaat schrijven als wat je wel gaat schrijven. Veel mensen willen in één boek álles kwijt wat ze in twintig jaar hebben geleerd. Alle top- en flopmomenten, geleerde lessen, de kleinste details en situaties waarin ze zijn terechtgekomen. Het resultaat wordt dan waarschijnlijk een boek van 600 pagina’s waar niemand doorheen komt, of erger, totaal niet in geïnteresseerd is.
Leg jezelf aan banden en kies voor focus.
Wat is het belangrijkste dat je wilt overbrengen? Waar zitten je lezers mee? Waar hebben ze het meeste aan?
Bij een zakelijk boek over klantenservice hoef je niet meteen ook nog een hoofdstuk over personeelsbeleid op te nemen. Bij een autobiografie hoef je niet elke vakantie uit je jeugd te beschrijven. Het devies is simpel: schrijven is schrappen.
Je boek wordt er alleen maar beter van.
Stap 4: Maak een simpele structuur
Je hoeft geen gedetailleerd schrijfplan van 50 pagina’s te maken. Om het goed Nederlandse begrip maar eens te gebruiken: ‘Keep it short and simpel.’ Hoe?
Pak er een aantekenboekje bij (ja, echt papier en geen digitaal apparaat) en schrijf op:
– Wat wil ik vertellen?
– Voor wie schrijf ik dit?
– Welke hoofdvragen moet ik beantwoorden?
– Welke praktijksituaties wil ik beschrijven?
– Waar kan ik verrassen met ongewone situaties?
(Ik heb meer vragen voor je klaar staan in de online app everyboddyappy.nl )
Vanuit daar bouw je je hoofdstukken op. Elk hoofdstuk behandelt één belangrijk onderwerp. In ieder hoofdstuk schrijf je een aantal alinea’s die dat onderwerp verder uitdiepen.
Hou het overzichtelijk. Een boek van tien hoofdstukken met elk vijf onderwerpen geeft je al vijftig dingen om over te schrijven. Meer dan genoeg voor een goed zakelijk boek.
Stap 5: Schrijf zoals je praat
Als je eenmaal begint met schrijven, let dan op je taalgebruik. Probeer niet indruk te maken met moeilijke woorden of ingewikkelde zinnen. Schrijf zoals je praat. Ja, er is geen wet die dat verbiedt. In de praktijk wordt dit door lezers gewaardeerd. Net als bij mij hoor je je lezers zeggen: ‘Als ik je boek lees, hoor ik je praten.’
Gebruik ‘je’ in plaats van ‘u’ als je een informele toon wilt gebruiken. Maak korte zinnen van gemiddeld niet meer dan 17 woorden. Vermijd jargon waar het kan en als je daaraan niet ontkomt, leg het dan uit.
Kijk maar eens naar dit artikel. Ik schrijf alsof ik met je in gesprek ben. Alsof we samen aan de koffie zitten en ik je vertel hoe je begint met schrijven. Geen ingewikkelde taal of een opgeblazen verhaal. Gewoon lekker direct.
Dat kan bij een formeel rapport anders zijn, maar bij de meeste zakelijke non-fictieboeken werkt spreektaal beter. Mensen willen een verhaal lezen, geen juridisch document.
Stap 6: Gebruik hulpmiddelen die je werk makkelijker maken
Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er zijn genoeg trucjes die je schrijven makkelijker maken.
Denk aan:
Tussenkopjes
Ze breken je tekst op en maken het leesbaarder. Je lezer weet meteen waar een stuk over gaat.
Opsommingen
Ideaal als je meerdere punten wilt maken. Makkelijk te scannen voor de lezer.
Voorbeelden
Concrete verhalen maken je tekst levendig. In plaats van te zeggen ‘communicatie is belangrijk’, geef je een voorbeeld van wat er misgaat als je slecht communiceert.
Citaten
Een slim gekozen citaat kan je punt versterken of iets waarop je kunt inspelen.
Vragen
Door af en toe een vraag te stellen, betrek je je lezer bij het verhaal. Het activeert hun denken.
Je ziet het in dit artikel ook gebeuren. Ik wissel af tussen korte en lange alinea’s. Ik gebruik tussenkopjes om overzicht te houden. Ik stel vragen. Allemaal trucjes die het lezen aangenamer maken.
Stap 7: Schrijf elke dag een beetje
Toen ik mijn bestverkochte boek ‘Schat, het wordt wat later’ schreef, leek het wel alsof ik in trance was. Ik schreef bijna 24 uur achterelkaar door.
Laat ik je geruststellen. Je hoeft geen hele dagen achter je computer te zitten. Sterker nog, dat werkt meestal averechts. Ik had geluk!
Het is beter om elke dag een klein beetje te schrijven. Een halfuur, drie kwartier. Kijk maar wat voor jou werkt. Het gaat erom dat je in een ritme komt.
Schrijven is net sporten. In het begin voelt het onwennig. Je moet er even inkomen. Maar zodra je een gewoonte hebt opgebouwd, gaat het vanzelf. Dan hoef je er niet meer over na te denken. Dan pak je gewoon je laptop en ga je aan de slag.
Ik ben geen ochtendmens en schrijf meestal ’s middags en ’s avonds. Om mijn bureau staat dan meestal een mok thee en ga aan de slag. Om geconcentreerd op het schrijven te blijven kijk je (nog) niet naar je e-mail checken. Neem ook pauze van je sociale media en voorkom storingen. Als ik met schrijven bezig ben, hangt er een bordje aan de deurknop ‘Niet storen’. (Dat idee heb ik van mijn vrouw overgenomen als ze in haar kamer mediteert.
Stap 8: Laat los wat anderen ervan vinden (voorlopig)
De misschien moeilijkste stap is, dat je je niets moet aantrekken wat anderen van jouw teksten vinden. Het beste is om pas proflezers in te schakelen als je je manuscript diverse keren hebt geschreven en gecontroleerd op grammatica, spelling, interpunctie en … stopwoorden.
‘Wat zal mijn concurrent hiervan zeggen?’
‘Vinden lezers dit niet te direct?’
‘Is dit wel professioneel genoeg?’
In dit stadium is het zinloos om met die vragen bezig te zijn.
Je bent nu aan het schrijven, niet aan het beoordelen. Dat komt allemaal later aan bod. Nu is het tijd om je verhaal te vertellen zonder censuur, filters, zonder beperkende gedachten of angst. Bedenk dat juist die persoonlijke, eerlijke verhalen raken mensen. Ja, precies die stukken waarvan je dacht ‘dit kan ik toch niet schrijven’ blijken achteraf de krachtigste passages van je boek te zijn.
Dus, durf kwetsbaar te zijn; jezelf te zijn.
Stap 9: Accepteer dat je vastloopt
Als schrijver zijn er momenten dat je vastloopt. Hoe hard je ook nadenkt, de woorden willen maar niet uit je toetsenbord komen. Ja, ook jij krijgt last van ‘writersblock’.
Welkom bij het schrijven. Dit overkomt iedere schrijver. Van beginneling tot bestsellerauteur. Dat is niet erg. Het hoort er gewoon bij.
Wat doe je als je vastloopt?
– Stop met schrijven en ga wandelen
– Werk aan een ander hoofdstuk
– Praat met iemand over waar je mee bezig bent
– Lees een boek in hetzelfde genre
– Laat het een dag liggen en kijk er morgen pas weer naar
Het allerbelangrijkste is, dat je realiseert dat een writersblock tijdelijk is. Als je blijft schrijven, komt de flow vanzelf weer terug.
Stap 10: Huur desnoods hulp in
Misschien denk je nu: ‘Dit klinkt allemaal wel logisch, maar ik weet gewoon niet of ik dit alleen kan.’ Dat is oké.
Je hoeft het ook niet alleen te doen. Er zijn mensen zoals ik die dit dagelijks doen. Ze helpen jouw verhaal vormgeven en zetten jouw kennis om in een leesbaar boek.
Je kunt het hele werk overlaten aan een ghostwriter maar dat heeft zo zijn beperkingen.; financieel niet in de laatste plaats. Denk eens aan een corrector om de typo’s eruit te halen of een redacteur die meedenkt over de structuur. Deze functies kunnen ook door een schrijfcoach gebundeld die ook kritisch meeleest en aangeeft waar het beter kan.
Ja, dat kost geld, maar het kan je ook enorm veel tijd en frustratie schelen. Uiteindelijk heb je dan wel een boek waar je trots op kunt zijn.
Begin vandaag nog
Dit artikel is al behoorlijk lang geworden dus daarom rond ik af met misschien wel het belangrijkste punt: begin vandaag.
Niet volgende week of volgend jaar want van uitstel komt heel vaak afstel.
Pak een stuk papier of open een nieuw document op je laptop en schrijf het eerste dat in je opkomt. De bekende Engelse schrijver Charles Dickens begon zijn boek ‘David Copperfield’ met het zinnetje ‘Ik ben geboren… ‘. Ik kan mij voorstellen dat deze zin hem verder hielp met het schrijven van dit geweldige boek.
Weet je het verschil tussen mensen die een boek hebben geschreven en mensen die dat nog steeds van plan zijn? De eerste groep is ooit begonnen. Ze pakten gewoon een pen en begonnen te schrijven. Jij kunt dat ook.
Mocht je onderweg vastlopen, hulp nodig hebben of gewoon iemand waarmee je over je boek wilt sparren, dan weet je me te vinden.
Veel schrijfplezier!
