• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
Phil Kleingeld is Rent a Pen

Phil Kleingeld is Rent a Pen

Wie (goed) schrijft, blijft!

  • Phil Kleingeld
  • Ghostwriting; hoe het werkt
    • Zakelijke non-fiction
    • Ik wil een biografie
    • Tarieven Ghostwriting
  • AffiliatieProgramma
  • Overzicht publicaties
    • De Clichémoord
    • Waar heb je het over?
    • Tijdreizen voor beginners
    • The Camino Reset
    • Een blind paard kan niet fout lopen
  • FAQ’s
  • Blog
    • Vlog
  • Contact
    • Privacy Verklaring

Zo maakt AI je een betere schrijver (4/5)

Is een schrijver die AI gebruikt nog wel een echte schrijver? Die vraag hoor ik vaker dan me lief is, meestal met een ondertoon van wantrouwen. Het antwoord ligt in de geschiedenis van het schrijfvak. Die geschiedenis is duidelijk: elke nieuwe stap in het schrijfproces werd met argwaan bekeken, net zoals dat het geval is met innovaties in de techniek.

Toen schrijvers van kleitabletten overstapten op perkament en papier, en daarna naar de typemachine, de computer en tekstverwerkers, nam de vrees voor het verlies van het ambachtelijke schrijfwerk toe. Socrates waarschuwde zelfs dat schrijven het menselijke geheugen zou ondermijnen omdat je dingen niet meer uit je hoofd hoefde te kennen. Dat was ook zichtbaar aan het eind van de negentiende eeuw, toen critici beweerden dat de typemachine de ziel uit de literatuur zou halen, omdat de band tussen hand, pen en gedachte zou verdwijnen. (In deze argumentatie zit overigens wel de hedendaagse constatering van neurologen dat handgeschreven teksten langer in het geheugen blijven hangen dan getypte teksten.)

In de jaren tachtig en negentig kwam de tekstverwerker onder vuur te liggen. Knippen en plakken zou tot luie, onsamenhangende teksten leiden. Spellingcontrole en synoniemensoftware, tegenwoordig doodgewoon, werden toen als valsspelers gezien. Alsof software, die een woordkeuze verbetert, de taalkundige zelfstandigheid van een schrijver aantast.

Op die manier bekeken is AI geen breuk met het verleden, maar gewoon de volgende stap in tekstproductie. De rol van de schrijver verschuift van het ambachtelijke werk naar regisseur: iemand die het concept bedenkt en de emotionele lijn bewaakt. De schrijver blijft  uiteindelijk degene die de keuzes maakt. Een fotograaf werd ook geen mindere kunstenaar door de uitvinding van autofocus of digitale bewerking. Zo blijft de auteur de kapitein van het tekstschip die de koers uitzet, bijstuurt, improviseert bij obstakels en het doel bepaalt en voor ogen houdt. Ook met AI naast zich.

Er is nog een ouder soort hulp waar je niet veel over hoort en dat is mijn eigen vak als ghostwriter. Dit vak is duizenden jaren oud. Zij schreven teksten en boeken die de naam van een ander droegen dan die van de schrijvers. Bestsellerauteurs maken al decennialang gebruik van iemand die met hen meeschrijft of zelfs het grootste deel van het boek voor zijn rekening neemt. Een redelijk recent voorbeeld is ‘The Art of the Deal’, het boek van Donald Trump. Journalist Tony Schwartz schreef het vrijwel volledig. Dat hebben hij en de toenmalige uitgever ook bevestigd. Het aandeel van een ghostwriter, of van AI, verandert niets aan wat een boek voor de lezer betekent.

Andersom gebeurt trouwens waarschijnlijk ook. Toen ik pas ‘Het ultieme geheim’ van Dan Brown las, vielen me een paar dingen op die me aan AI-gerelateerde teksten deden denken. Een paar net iets te gladde overgangen en enkele zinnen die precies het patroon volgen dat een taalmodel graag gebruikt. Daarnaast stoorde ik me aan herhaling van informatie; een veelvoorkomend probleem bij AI-gebruik. Als schrijver lees je op een andere manier dan niet-schrijvers. Je leest minder wat er staat en meer hoe iets is geschreven. Ik weet dan ook niet of mijn waarneming klopt; het is mijn eigen lezersintuïtie, niet meer dan dat. Het zou ook kunnen dat de Nederlandse vertaling met AI is gemaakt of nabewerkt, en dat een redacteur dat over het hoofd heeft gezien. Zeker weten doe ik het niet, maar het zou me niets verbazen. Ook al zou dit kloppen, wat maakt het uit? Het was een leuk boek om te schrijven, ook al had het voor mij niet de impact van de ‘Da Vinci Code’.

Een bekend spreekwoord dat ik graag gebruik, is: ‘Oefening baart kunst.’ Net als elke eerste gebruiker van AI-taalmodellen (LLM’s) maakte ik veel fouten bij het gebruik ervan. De reden daarvoor was simpel: een gebrek aan inzicht in de mogelijkheden. Daarbij kwamen en komen nog steeds de bijna wekelijkse aanpassingen, vernieuwingen en uitbreidingen van de gebruiksmogelijkheden. Misschien was ik, net als zoveel anderen, niet iemand die de gebruiksaanwijzingen en de kleine lettertjes doornam. Ik ging gewoon intuïtief en impulsief aan de slag, en ja, dan blijkt maar weer eens dat haastige spoed zelden goed is. Ik heb ondertussen geleerd dat ik me langzaam moet haasten als ik snel wil werken, ook als het om AI gaat.

De meeste mensen praten tegen een chatbot alsof het een duizendpoot is die in één keer een idee kan bedenken, een structuur kan opbouwen en de tekst ook nog kan afmaken. Het resultaat is dan al snel een glibberige brij van tekst die als een lichaamsdeel in een bord yoghurt slaat. Het is allemaal net iets te glad en foutloos geschreven in een taalgebruik dat niet bij de schrijver past.

In dit artikel ga ik dieper in op wat ik in de eerste drie schreef. Het gaat erom hoe je AI gebruikt om een betere tekst te krijgen, niet om je creatieve schrijven over te nemen.

Eén taak tegelijk, met een overzichtelijke samenvatting

Jaren geleden woonde ik de Highland Games bij in de buurt van Loch Lomond. Een van de uitdagingen voor de deelnemers was om een baal hooi over een lat te gooien; hoe hoger, hoe beter. Wie te veel hooi op zijn vork nam, viel buiten de prijzen. Met het gebruik van taalassistenten is dat hetzelfde. Daarom mijn al eerder gegeven advies om multitasken in één prompt te voorkomen: benoem in elke stap maar één taak. In de ene stap verzamel je bijvoorbeeld alleen ideeën. In een volgende stap breng je structuur aan in je teksten zodat je het overzicht niet verliest. Pas als dat als een huis staat, ben je klaar om de laatste stap te nemen door te vragen om de zinnen aan te scherpen. Zodra een model precies weet wat zijn taak is, wordt het antwoord beter en minder een allegaartje van veelvuldig gebruik van dezelfde woorden en zinsconstructies..

Een kanttekening daarbij: Claude kan wel meerdere stappen in één prompt aan, zolang je die stappen maar helder en apart benoemt en je wensen qua schrijfstijl, toonzetting en woordgebruik duidelijk maakt. Geef je één vage opdracht met een waterval aan prompts, dan krijg je alsnog een resultaat dat nergens op slaat. Zet je diezelfde vraag neer als een rijtje losse, duidelijke stappen, dan werkt Claude die vaak keurig na elkaar af. Het gaat dus niet om het aantal stappen in je bericht, maar om hoe scherp elke stap apart is afgebakend.

Vertrouwen niet blind op één chatbot

Schijn bedriegt, en dat geldt zeker voor taalmodellen. In het vorige artikel zette ik Claude, Novelcrafter en Sudowrite ter vergelijking naast elkaar. De gedachte daarachter blijft hetzelfde: het duurste of bekendste model is niet automatisch het beste voor elke taak.

Ik betrapte mezelf er weleens op dat ik dacht: dit is het duurste abonnement, dus dit zal wel de beste tekst opleveren. Niets is minder waar. Ze zeggen weleens dat goedkoop duurkoop is, maar bij taalmodellen klopt dat lang niet altijd. Een goedkoper model schrijft soms verrassend natuurlijk proza dan het dure alternatief, omdat het gewoon anders is getraind.

Pratend met collega’s kom ik soms tot de conclusie dat zij niet het beste gereedschap kiezen, maar het bekendste. Vaak omdat iemand op internet zei dat een bepaalde chatbot de beste is, of omdat het toevallig de eerste naam is die ze tegenkwamen. ChatGPT was de eerste en snel de bekendste. Als je daaraan eenmaal gewend bent geraakt, slaat de macht der gewoonte toe en stap je niet zo snel over. Ga je op zoek naar handleidingen op YouTube, pas dan op dat je niet het slachtoffer wordt van zogenaamde influencers die daarna je algoritme bepalen. Zoek daarom ook  naar informatie die het tegendeel belicht.

Test dus met een klein stukje tekst tegelijk, net zoals je bij een nieuwe pen eerst een paar krabbels op een kladblaadje zet voordat je hem gebruikt voor een belangrijke brief. Laat dezelfde alinea door een paar verschillende modellen herschrijven. Vraag jezelf af welke versie het dichtst bij jouw taalpatroon ligt. Je hoeft niemand trouw te blijven.

Zodra je een tijdje hebt getest, ontstaat er vanzelf een vaste ploeg. Zoals een elftal waarin iedereen zijn eigen positie kent, werk ik met een paar modellen die stuk voor stuk hun eigen taak hebben. Het ene model zet ik in voor de structuur, het andere voor het proza. Een derde gebruik ik voor de laatste technische opschoonslag, zoals spelling en interpunctie. Je hoeft dus niet bij elke nieuwe klus opnieuw te vergelijken. Eenmaal gevonden, mag die ploeg gewoon blijven staan totdat je een betere speler tegenkomt.

Jij blijft de meester, met een stijlgids als geheugensteun

Zie AI als een vergrootglas: het maakt zichtbaar wat er al is. Ontwikkel je zelf geen gevoel voor structuur en een pakkende verhaallijn, dan produceer je met AI vooral sneller middelmatige teksten. Als je je structuur en verhaallijn wel duidelijk voor ogen hebt, dan til je jezelf met datzelfde vergrootglas juist naar een hoger niveau. Je gebruikt hetzelfde gereedschap en krijgt twee compleet verschillende uitkomsten, afhankelijk van wat je er zelf al inbrengt.

De regel is simpel: gebruik AI om je leerproces te versnellen, niet om het over te slaan. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden in de tijd dat ik nog dacht dat sneller werken hetzelfde was als beter werken. Vraag jezelf bij elke stap af of je AI gebruikt om zelf minder na te denken, of dat je het gebruikt om je creativiteit een bak koffie te geven.

Dat sluit aan bij wat ik in artikel 1 heb geschreven over de stem van de schrijver. Zodra je AI vraagt om ‘in mijn stijl’ te schrijven, weet het model niet wat dat betekent, tenzij je het uitlegt. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens en datzelfde geldt voor jouw manier van schrijven.

Verzamel daarom een paar van je beste stukken, bijvoorbeeld een e-mail of een hoofdstuk uit het pré-AI-tijdperk en analyseer de uitkomsten.
– Hoe lang zijn je zinnen gemiddeld?
– Hou je van een grapje tussendoor?
– Is de toonzetting formeel of juist informeel?
– Pas je storytelling-principes toe of leg je liever recht voor zijn raap uit hoe iets zit?
– Zijn er woorden of uitdrukkingen die je zelf nooit gebruikt, of juist veel te vaak?

Zet de uitkomsten op papier in de vorm van een handleiding. Geef die informatie bij iedere opdracht mee, in de vorm van een tekstbestand, als je AI om hulp vraagt. Werk je eigen stijl bij naarmate je zelf verandert; dan groeit die handleiding met je mee.

Hoe je die handleiding vervolgens ook inzet bij controle, redactiewerk, feedback en proeflezers, komt in het volgende en laatste artikel van deze serie aan bod.

© 2026 Phil Kleingeld is Rent a Pen

Privacy verklaring

Lemelerberg 120
2905 NK Capelle a/d IJssel

Tel.: 010-8221701
Mob.: 06-81189397

KvK: 24193168
BTW-nr: NL001228069B20

 

Phil Kleingeld is Rent a PenLogo header menu
  • Phil Kleingeld
  • Ghostwriting; hoe het werkt
    • Zakelijke non-fiction
    • Ik wil een biografie
    • Tarieven Ghostwriting
  • AffiliatieProgramma
  • Overzicht publicaties
    • De Clichémoord
    • Waar heb je het over?
    • Tijdreizen voor beginners
    • The Camino Reset
    • Een blind paard kan niet fout lopen
  • FAQ’s
  • Blog
    • Vlog
  • Contact
    • Privacy Verklaring