Vandaag kreeg ik via whatsapp een berichtje van een van mijn klanten. Hij had me gevraagd om een speech voor hem te schrijven voor zijn afscheid van de zaak waar hij bijna 35 jaar had gewerkt. Hij had tijd genoeg om het zelf te doen, maar zijn dyslexie zat daarbij in de weg. Hij stuurde me bij het bericht een link naar de video waar ik die kon bekijken. Toen ik die bekeek, wist ik precies welke zin eraan kwam, want die had ik twee weken eerder geschreven. Het applaus na de speech was niet voor mij bedoeld, maar ik trof het wel aan op mijn bankrekening, Dat is het lot van een ghostwriter. Mijn woorden, iemand anders’ naam.
Deze week viel me een bericht uit de Volkskrant op. Journalisten hadden 1.812 berichten van Rob Jetten en D66 onderzocht en die door een Pangram gehaald. Dat is een van de ‘fraude’-detectoren voor AI die dit, naast de voorspelbaarheid van woorden, stijl, structuur en statistieken, zichtbaar kan maken. Ruim tweehonderd daarvan zouden door een LLM (Large Language Model), zijn geschreven. De reden voor het onderzoek had te maken met het controleren in welke mate de berichten authentiek en transparant zouden zijn; belangrijke zaken voor politici. Hier op LinkedIn, op radio en tv barstte de verontwaardiging los en de veelal op dit vlak ondeskundige presentatoren gingen er helemaal op los. Er werd gesproken over bedrog en andere kwalificaties voor hem en zijn partij; Rob zou stilletjes zijn werk aan een computerapp overlaten. Alsof dit nieuws zou zijn!
Wie schrijft, die blijft
Zowel politici als drukbezette openbare figuren of leiders van grote bedrijven doen dit al jaren niet zelf. Overheidsambtenaren, die vaak ministers van informatie moeten voorzien, zijn naast deze mensen ook actieve gebruikers van ChatGPT, Gemini, Claude, Perplexity en andere modellen. Daarnaast worden ghostwriters, speechschrijvers en communicatiemanagers ingehuurd om voor en namens hen de sociale media te vullen, zodat ze hun handen vrijhouden voor belangrijkere zaken. Bovendien bespaart het ook massaal tijd voor iedereen die teksten produceert.
Ik verdien daar al ruim dertig jaar mijn brood mee. Zo’n boek of toespraak begint bij mij altijd op dezelfde manier. Ik zit uren tegenover iemand met een recorder tussen ons in. Ik vraag door op de dingen waar hij liever omheen praat. Ik noteer stopwoorden en let op de lichaamstaal. Daarna bouw ik zijn verhaal op uit zijn eigen woorden. Hij leest mee en schrapt wat niet klopt. Pas daarna gaat zijn naam eronder.
Het verschil zit tussen mijn werk en wat AI als schrijfassistent doet. Het maakt niet uit of een mens of een machine heeft getypt. Een ghostwriter haalt zijn materiaal rechtstreeks uit de bron. Een taalmodel heeft nog nooit tegenover de spreker gezeten. Het kent zijn oude baas niet en het weet niets van zijn slapeloze nachten. Het berekent welk woord statistisch gezien het beste bij het vorige past.
Waar de schoen knelt
D66 zegt dat AI wordt gebruikt voor de eerste opzetjes, het inkorten van teksten en het makkelijker maken van taal. Daar is niets mis mee. De partij voegt er zelf aan toe dat berichten soms zonder aanpassingen worden goedgekeurd. Daar wringt de schoen. Wie een tekst ongelezen doorlaat, is geen auteur maar een doorgeefluik.
Pijnlijker werd het voor staatssecretaris Derk Boswijk. Hij sprak deze zomer tijdens Keti Koti over zijn geloof en over de vraag hoe je een ander mens minder kunt vinden. Volgens Pangram bestond die toespraak voor vijfennegentig procent uit AI-tekst. Gevraagd naar die uitslag, zei hij niet te weten hoe dat kan. De opbouw had hij naar eigen zeggen zelf bedacht.
Een herdenking van het slavernijverleden is geen administratieve klus. Wie achteraf niet meer kan zeggen waar zijn eigen woorden vandaan kwamen, heeft een probleem dat weinig met techniek te maken heeft. Onderzoeker Tom Dobber van de Universiteit van Amsterdam noemt het een gebroken afspraak met de luisteraar. Die neemt immers aan dat jij over je woorden hebt nagedacht. In mijn vak geldt een eenvoudiger regel. Alles wat onder jouw naam verschijnt, moet je op een verjaardag kunnen verdedigen zonder te blozen en het verbreken van het ‘contract’ met je lezer vind ik dan ook complete onzin.
Hoe AI-gebruik zichtbaar zou zijn
Pangram vertelt niet hoe het tot een oordeel komt. De Volkskrant merkt zelf op dat het programma mogelijk minder dan de helft van de volledig gegenereerde teksten herkent. Drie deskundigen keken mee en noemden de werkwijze betrouwbaar. Als extra controle liet de krant zevenhonderd oude berichten van vóór het ChatGPT-tijdperk nakijken, maar daar kwam niets uit. Dat is degelijk werk. Een score blijft alleen een inschatting en levert verder geen bewijs op.
Ik heb de proef zelf ook gedaan. Ik haalde een paar eigen boeken en artikelen door Pangram, allemaal geschreven toen een chatbot nog sciencefiction was. Ik rekende op een score van 100% voor menselijk geschreven tekst, maar dat pakte anders uit. Bij één titel kreeg in de 100% maar toen ik de reactie voor de derde druk met behulp van Claude op typo’s controleerde, werd ik door Pangram afgevlagd; 65% plagiaat. Ook ander werk kreeg een vlag, ook al waren het lage scores. Veel mensen weten ook niet wat zo’n uitslag eigenlijk zegt. Een detector, waarvan Pangram, toegegeven, een van de beter is, meldt hooguit dat een tekst ergens langs een taalmodel is gekomen. Wie het idee voor de losse teksten of voor een boek heeft bedacht, staat er niet bij. Wie de opdracht gaf en bepaalde wat erin moest staan, blijft onzichtbaar. Van het achteraf redigeren en schrappen van tekst zie je niets terug. Een vlag zegt iets over de route die een tekst heeft gevolgd, maar niets over het auteurschap.
Er speelt nog iets waar bijna niemand bij stilstaat. Een taalmodel is gebouwd op miljoenen boeken en artikelen. Ergens in die berg zit werk van mij, want ik heb duizenden artikelen, 38 boeken en Joost mag weten hoeveel toespraken ik op mijn naam heb staan. De chatbots hebben dus ook voor een deeltje van mij geleerd te schrijven. Nu krijg ik mijn eigen woord- en zingebruik terug, keurig afgevlagd als door AI geconstrueerd werk. Een schrijver kan dus tegenwoordig worden betrapt op zijn eigen stijl.
Ondertussen betaalt de eerlijke schrijver de rekening. De lijst met woorden, leestekens, de bekende ‘drieslag’ en de bekende em-dashes, om maar een paar dingen te noemen, wordt al tot verboden gebied verklaard omdat ze naar chatbot ruiken. Schrijvers doen daarom zelfcensuur, vooral om niet als nepschrijver weggezet te worden. Ze gebruiken wel AI om die woorden en leestekens eruit te filteren, maar vergeten dan dat ze een AI-vlag meekrijgen. Een collega die zijn hele leven met liefde gedachtestreepjes zette, is nu bij voorbaat verdacht. Belachelijk!
De vraag is dus niet wie de toetsen heeft ingedrukt. De vraag is of iemand achter zijn woorden gaat staan als het erop aankomt. Boter bij de vis, om maar eens een door AI afgevlagde metafoor te gebruiken, ook als de tekst uit een machine rolde.
Kortom, de berichtgeving van de Volkrant heeft een storm in een glas water veroorzaakt waar kritiekloze en vaak ondeskundige presentatoren gretig misbruik van maken,
