10 tips voor het schrijven van je boek

˜Wie schrijft die blijft!

Ik durf er geen slag naar te slaan hoeveel mensen ervan dromen een boek te schrijven, maar dat het er veel zijn weet ik wel zeker. Als je dit leest ben je waarschijnlijk iemand die ook graag een boek wil willen maar daar ben je, tot nu toe, om de een of andere reden nog niet aan toekomen.

Met de volgende 10 tips hoop ik dat je je droom wat dichterbij kunt brengen.1. Bepaal het thema

De meeste auteurs schrijven verhalen die dicht bij hun persoonlijke leven, ervaringen of persoonlijke interesses staan. Op basis daarvan gaan ze nadenken over het thema van hun boeken en als ze dat eenmaal gevonden hebben kan het schrijfproces beginnen. Zelf start ik altijd met het formuleren van een hopelijk pakkende werktitel voor mijn boeken. Later kan je die nog altijd aanpassen. Een werktitel geeft je focus op het te schrijven verhaal.

2. Bazuin thema en werktitel niet rond

Zorg ervoor dat je aan ze weinig mogelijk mensen vertelt waar je boek over gaat en welke werktitel je wilt gebruiken. De reden? Voordat je het weet gaat een ander met jouw ideeën aan de haal. Het is mij ook een keer overkomen. Je bent dus gewaarschuwd!

3. Bepaal de inhoud

Het schrijven van een boek is als een vooraf te bepalen route naar een vakantiebestemming; je doet dat in ‘hapklare’ etappes. Je weet het thema van je boek en nu is het tijd om in beeld te brengen via welke ‘route’ je je verhaal gaat beschrijven. Denk daarbij aan het benoemen van het begin, het middenstuk en het slot van het verhaal. Benoem daarna de hoofdstukken waarover je wilt schrijven. De titels van de hoofdstukken zijn in eerste instantie bedoeld om voor jezelf richting aan te brengen. Je kunt altijd later nog besluiten de hoofdstukken een andere of geen titel te geven. Titels in hoofdstukken laat je meestal weg om je plot niet te snel weg te geven.

4. Werk met een productiedoel/deadlines

Schrijven heeft alles met discipline te maken. Een boek schrijf je meestal niet in een paar dagen en je zult waarschijnlijk niet hele dagen de tijd hebben om aan je boek te werken; zeker niet als je een baan hebt. Daarom is het verstandig jezelf een bepaalde productiediscipline op te leggen. Dat doe je door bijvoorbeeld dagelijks een uur uit te trekken om aan je boek te werken. zorg voor een vaste routine; welk schrijftempo je jezelf ook oplegt. Dat zal je helpen je doelstelling in beeld te houden en de beoogde deadline te bereiken. Voorbeeld: Een pagina per dag is ongeveer 300 woorden. Je hoeft niet veel te schrijven, als je maar schrijft. Stel jezelf een deadline wanneer je je boek af wilt hebben en zet dan, op basis daarvan, je wekelijkse of maandelijkse productie vast.

5. Schrijf op dezelfde plaats

In mijn vrienden- en kennissenkring zitten, verrassing, een aantal schrijvers. Wat mij aan hen opvalt, is dat ze allemaal gebruik maken van een vaste plek om te schrijven. De een heeft een omgebouwd tuinhuisje waarin hij zich steeds terugtrekt, de ander een eigen werkruimte in huis en mijn vriend Karel zit altijd in zijn favoriete café aan zijn vaste tafel, te schrijven; nog ouderwets met pen en papier! Het maakt dus niet uit waar je schrijft, zolang het maar een speciale ruimte is. Een plek waar je geconcentreerd en ongestoord kunt werken.

6. Inhoud bepaalt omvang

Lezers hebben bepaalde verwachtingen van de omvang van een boek, maar laat je als schrijver niet beperken door verwachtingen van anderen. Mijn vuistregel is dat de omvang van een boek wordt bepaald door de inhoud. Met andere woorden, gebruik zoveel woorden als nodig om duidelijk en volledig te zijn. Mocht je echter een richtlijn willen hebben over het aantal woorden per type boek, dan tref je hierna wat voorbeelden aan:

White paper: 10.000 woorden. 30 – 40 pagina’s.
(Via websites verkrijgbaar)
Non-fiction:   40.000-60.000 woorden. 120 – 200 pagina’s.
(De meeste van mijn zakelijke boeken)
Korte roman: 60.000-100.000 woorden. 200 – 265 pagina’s.
(‘2084’ van Boualem Sansal)
Lange roman, fiction, biografie: >100.000 woorden
(Biografie ‘Juliana’; 750 pagina’s)

7. Bepaal en controleer de doelgroep

Boeken zijn natuurlijk bedoeld om gelezen te worden en het liefst door zoveel mogelijk mensen. Wil je door meer dan 3000 mensen gelezen worden, in het Nederlands, dan is het belangrijk te weten welke doelgroep in jouw boek geïnteresseerd zal zijn. Het is daarom aan te raden eerst een enkel hoofdstuk te schrijven om het dan eerst door een aantal vertrouwelingen te laten lezen voor een ‘objectieve’ terugkoppeling. Immers, er is niets ergers dan een compleet boek te moeten herschrijven omdat niemand het zal willen lezen in de vorm waarin je het schreef. Schakel daarom vrienden en familie in en vraag hen hoe je jezelf kunt verbeteren. Probeer wel mensen te vinden die je van eerlijke feedback willen en kunnen voorzien.

8. Chronologisch schrijven en/of terugblikken gebruiken

Veel schrijvers maken gebruik van een chronologische volgorde in de opbouw van hun verhaal. Bij non-fiction verhalen is dat wel zo logisch, maar als je een roman wilt schrijven of bijvoorbeeld een biografie, dan kunnen flashbacks (terugblikken) helpen om de spanningscurve in je verhaal te versterken of te verhogen. Soms schrijf ik eerst mijn verhaal in chronologische volgorde om daarna, bij het bewerken, de volgorde te veranderen. Probeer het maar eens uit.

9. Laat je maar eens lekker gaan

Als je aan het schrijven bent kom je vanzelf in ‘the flow’. Het is belangrijk dat je daar zolang mogelijk van profiteert. Mijn advies is dan ook om niet na iedere zin of iedere bladzijde je teksten te redigeren. Dat komt vanzelf wel als je manuscript zo goed als afgerond is. Dus, als je aan het schrijven bent, laat je maar eens lekker gaan!

10. Schrappen en redigeren

Tegen de tijd dat je manuscript klaar is, wordt het tijd om je boek van begin tot eind door te nemen. Schrap overbodige en/of dubbele woorden, controleer het leesritme en pas de zin aan als dit het leesgemak bevordert. Korte zinnen verhogen het leesgemak sowieso. Ook het plaatsen van leestekens op de juiste plaats kan helpen. Als schrijver doe je er verstandig aan om niet je eigen ‘vlees’ te keuren omdat je, net als anderen, vaak over dezelfde typo’s heen leest. Mijn advies is om een ervaren redacteur in te schakelen en die te vragen om met een fijne kam door je manuscript te gaan. Let op! Blijf wel kritisch en accepteer niet blindelings aangebrachte ‘verbeteringen’; het blijft tenslotte jouw boek en jouw taalgebruik!

Succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.